
“Sommige vrouwen beginnen met een eigen winkeltje of kapsalon. Ikzelf sloot mij aan bij het naaiatelier van Zimele. We leren er handtassen maken die we met wat winst verkopen. Met de opbrengst van de handtassen betaal ik het eten van mijn 3 zonen en 2 pleegdochters.”

5 Families starten een eigen handeltje

Voor 10 vrouwen
Zimele, wat Zulu is voor ‘ik sta op mijn eigen benen’, is sinds 2006 actief in Kwazulu-Natal. Deze provincie staat bekend als de ‘aidshoofdstad’ van de wereld. Maar liefst 45% van de 8,6 miljoen inwoners is er besmet met het virus. Daarnaast moet meer dan de helft van de bevolking het redden met minder dan 30 euro per maand. Om te overleven zijn de gezinnen dan ook vaak aangewezen op voedselhulp.
Deze hulp helpt mensen wel tijdelijk uit de nood, maar maakt hen op lange termijn afhankelijk van aalmoezen. Zimele wil de families helpen om zelf voor een inkomen te zorgen. En die steun is broodnodig. Onder de apartheid had de zwarte bevolking geen mogelijkheden om zelf initiatieven te nemen of bedrijfjes op poten te zetten. Ze missen dan ook de nodige kennis en ervaring.

“Ik volgde de landbouwopleiding van ‘Give a Child a Family’. Ik heb nu voldoende voedsel voor mijn gezin en sinds het project de overschotten opkoopt bewerk ik elk stukje grond dat ik heb. Vooral van dat veldje ananasplanten verwacht ik een extra centje, misschien al tegen Kerstmis.”

Introductie van nieuwe landbouw-technieken

Van dit project in een ander dorp
GCF staat voor Give a Child a Family. Deze organisatie in KwaZulu-Natal startte in 1992 met een opvanghuis voor weeskinderen. Ten gevolge van de aidsepidemie telt deze regio heel wat weeskinderen. Een generatie van ouders sterft aan AIDS. In vele gezinnen blijven enkel de kinderen en grootouders over.
Het opvanghuis wordt professioneel geleid. De kinderen krijgen er psychische en medische begeleiding en ze lopen school. Maar het eigenlijke doel van GCF is elk kind een echte familie te geven. Daarom zoekt men naar geschikte kandidaat-ouders in de streek. Het adoptiegezin krijgt een intensieve training van een week en wordt begeleid tot en met de achttiende verjaardag van het kind. En die ondersteuning gaat echt ver. Zo leren de adoptie-ouders technieken om zelf aan organische landbouw te doen. Het gevolg is dat ze hun gezin beter kunnen voeden en inkomsten verwerven uit de verkoop van hun landbouwproducten. Het is dit luik van vorming en ondersteuning dat Broederlijk Delen de laatste jaren financieel ondersteund heeft.