8 mars
8 maart was het internationale vrouwendag. Burkina faso heeft deze dag als officiele feestdag en de mensen hoeven niet hoeven te werken.
In Burkina is het ook de gewoonte om voor ieder feest een bijhorende pagne te voorzien. Een pagne is een stuk stof waar de mensen kleren van maken. De dag van het feest , en het feest kan gaan van wereld aidsdag of de nationale feestdag tot de opening van een nieuwe moskee, gaat iedereen gekleed in dezelfde pagne. (of iedereen die het kan betalen) De mannen maken een hemd en een broek of een traditioneel habijt en de vrouwen zie je in de meest verschillende soorten jurken. Weken op voorhand vroeg men mij al: “heb je de pagne voor 8 mars al?” (hier refereren ze niet naar vrouwendag, maar naar “8 mars”)
The other
Maart 2010
Ik zat op de bus van Ouagadougou naar Ouahigouya op weg naar huis. En ik dacht voor de eerste maal in de drie maanden dat ik hier ben: ik zou nergens anders op de wereld willen zijn dan hier, op deze bus. De bus zat véél te vol geladen met mensen, reggae pompte uit de radio en ik zat naast een ongelooflijk lieve dame, Adèle en haar zoontje Kevin.
Goudzoekers
Overal in burkina zie je kleine goudzoekerssites. Ik heb vorige week één van de grootste bezocht. Iets minder dan een jaar geleden is daar goud gevonden en nu is de site een heus dorp geworden. Un village d’or. Alles bestaat er uit tijdelijke vestigingen. Tijdelijke huisjes, winkeltjes, werkplaatsen om uit de aarde het goud te filteren, plaatsen waar je je brommer kan repareren. De omvang van het dorp overweldigde me, hoeveel mensen er precies leven weet niemand, maar het moet rond de 4.000 à 6.000 zijn. De tijdelijkheid van de vestigingen was schrikwekkend duidelijk, maar velen woonden hier al meer dan 8 maanden.
De Rode Aarde
De rode aarde is helemaal niet Mars. Het is hier, in Burkina Faso.
De wegen, de huizen, je kleren na een dagje rondlopen, allemaal rood.
Het kleurenpalet is vrij eenzijdig: bruin, rood, oker,… misschien is het wel daarom dat alle mensen zo’n kleurijke kleren dragen.
Vanaf je de stad uit bent zie je een heel desolaat landschap: roodbruine aarde, enkele bomen.
Maar het moet gezegd, na een weekje hier begint de schoonheid me te dagen.
Het noorden van het land, waar ik verblijf, lijdt enorm onder de klimaatverandering. Ik zou de heren die nu aan het vergaderen zijn over de toekomst van onze planeet van harte aanraden om hier eens een kijkje te komen nemen.
De enige natuurlijke bron en rivier die Koumbri (het dorp waar ik verblijf) rijk is, is nu slechts nog een een peuleschil van wat het vroeger was. Noufou, een animator van de organisatie waar ik werk, vertelde me dat ze als kinderen daar zwommen, dat het bos errond omvangrijk was, dat er mango bomen stonden, dat ze er makkelijk allerlei groenten konden teelen,… “Un petit paradis”.
Nu rest er enkel nog een klein bosje dicht bij de rivier. Errond vind je veel dorre grond met een aantal bomen.
Om alles nog een wat erger te maken vind je vlakbij een enorme ravijn die al het water opslorpt als het regent. Door de regens wordt de ravijn ook telkens groter. De overheid had een barrage gemaakt om de ravijn te stoppen. Maar drie jaar geleden is die stuk gegaan waardoor de ravijn opnieuw fel is uitgebreid richting de grond die normaal zou moeten gebruikt worden voor landbouw.
Als water niet zomaar uit een kraantje komt en daar bovenop schaars is wéét je hoe belangrijk het is. Levensnoodzakelijk. Je hebt het nodig om te drinken, om te wassen om aan landbouw te doen,….
Door de klimaatverandering is het leven hier zeer moeilijk geworden. Het regenseizoen duurt maximaal 3 maand (met dat water moeten ze dan nog 9 maanden verder) De regen is onvoorspelbaar, soms regent het teveel, dan weer helemaal niet. De temperatuur is de laatste jaren nog meer gestegen, waardoor het in de maanden maart en april blijkbaar onhoudbaar is. (en als zij het al onhoudbaar vinden!) De woestijn breidt zich uit, de bodem verdort…
Mensen hier vrezen écht voor hun toekomst. Ze strijden tegen de natuur, ze proberen de verwoestijning van hun landschap tegen te houden voor een dragelijk leven, nu en in de toekomst.
Ik denk dat de vele mannen in maatpak in Kopenhagen niet écht beseffen wat klimaatverandering teweegbrengt en al teweeggebracht heeft. Dat toont hun onwillendheid om échte maatregelen te treffen en het nodige geld op tafel te leggen. Ik denk dat de mensen hier de grootste prijs betalen.
Union des Groupements Naam is de organisatie waarvoor ik werk. Zij streven voor een beter leven in de sahelzone.
Daarvoor werken zij projecten uit rond (1) voedselzekerheid, zoals het aanleggen van groententuintjes. (2) tegengaan van de degradatie van de bodem, daarvoor doen zo o.a. aan herbebossing (ieder plantje, ieder klein boompje is belangrijk en behandelen ze met grote zorg) en proberen ze de ravijnen in te dijken. (3) gezondheid en (4) de strijd tegen onwetendheid zoals zij dat noemen. Dit zijn dan vooral alfabetiseringsprojecten, lessen frans, sensibilisatie rond familieplanning)
Ik werk voor de groep van Koumbri (=mijn dorp + nog 15 andere dorpen) Mijn opdracht bestaat erin een inventarisatie te maken van hun projecten vanaf 1993 en een systeem te ontwikkelen die het hun mogelijk maakt om iedere jaar gemakkelijk een activiteitenrapport op te stellen.
Zo draag ik ook mn kleine steentje bij..
Groetjes
Tessa