Greetings from the King of Bastar
Ja, jullie lezen het goed, jullie hebben allemaal de groeten van de koning van Bastar, het district waar ik momenteel zit. En ja, ik ben megalomaan, maar ik heb het niet over mezelf.
Dat hier blijkbaar een koning rondwaart, daar ben ik zelf nog maar pas achter. Onbelangrijk is hij nochtans niet, want hij wordt door de meeste tribals op handen gedragen. Het gaat over een jonge snaak van een jaar of dertig, bekommerd om de toekomst van zijn volk, maar evenzeer verlekkerd op zijn BMW, die het op Indische wegen helaas niet zou overleven. Gelukkig voor de koning zit hij het gros van de tijd in London, waar hij een high level education heeft genoten, meteen de reden waarom hij zich in allerlei bochten wringt om een soort Oxford English te produceren. Zijn roem heeft hij vooral te danken aan zijn grootvader, die na de onafhankelijkheid weigerde afstand te doen van de troon, en door de Indische overheid een kopje kleiner werd gemaakt, tot groot ongenoegen van de tribals. Zelf kan je hem bezwaarlijk de redder van het vaderland noemen.
The Art of Pards
Pards, voluit Participatory Action for the Rural Development of Society, zo heet de NGO in Chattisgharh waar ik de rest van mijn schone tijd in India zal doorbrengen. Zoals de naam al doet vermoeden, werken ze hier vooral rond rurale ontwikkeling. Daarbij moet je je niet alleen landbouw voorstellen, maar ook NTFP (Non timber forest produce), alles wat de jungle te bieden heeft dus, op hout na dan. En wat heeft de jungle dan zoal te bieden, is de vraag die bij menigeen al dan niet op de lippen brandt. Wel, veel vruchten en noten vooral, van ongelooflijk sappige mango s tot knapperige cashew en de ietwat zoetzure tamarinde, waar Jyoti, de andere vrijwilligster van Pards het al uitgebreid over heeft gehad. Op dit moment zijn ze bijvoorbeeld volop zijdecocons uit de bomen aan het plukken, met een behendigheid die aan het onmogelijke grenst.
Bas en de Belgen
I know…het is weer veel te lang geleden. Ik hoor het iedereen smartvol denken. De blog ondervond weer wat hinder, maar we zijn het gelukkig al gewoon.
Ik zit ondertussen al in Chattisgharh, de staat net naast Orissa en zo mogelijk nog mooier. Overal uitgestrekte rijstvelden, watervallen en dichte begroeiing. Hier zal ik een tijdje bij PARDS verblijven, een kleine organisatie die rond voedselzekerheid werkt en verrassende resultaten boekt. Later meer daarover. Eerst een kleine update van wat er ondertussen zoal is gebeurd.
Jay Jagannath
Goed, ik probeer hier snel eventjes tussen twee kortsluitingen door een stukje proza te placeren. Evident is anders, maar het moet ook gebeuren. Vanavond vertrek ik namelijk uit Jeypore, richting Bhubaneshwar. Dat betekent ook meteen het einde van mijn verblijf bij SORC. Ze zijn hier al de hele dag aan het rouwen, eigenlijk. George drukte het als volgt uit: “After you are gone, darkness will come over SORC again.” Hij beheerst duidelijk de kunst van het overdrijven.
Mijn laatste momenten hier in Jeypore heb ik bij mijn werkmakkers gesleten, holderdebolder van het ene afscheidsfeestje naar het ander. Het is mooi geweest. Daarvoor zat ik een tweetal dolle weken in de districten Rayagada en Gaiapati. Wegens tijdsgebrek kan ik niet in detail treden (ik hoor sommigen al opgelucht ademhalen), dus ik houd het bij een aantal hoogtepunten.
Terug naar het front
Voila, ik heb voorlopig wel eventjes genoeg van Jeypore gezien, denk ik. De afgelopen week was het vooral rapporteren geblazen en van meeting naar meeting zeilen. Eerst een ‘monthly review meeting’, vervolgens een ‘preparatory planning meeting for the Belgian exposure visit’, en tot slot een ‘external evaluation meeting’. Je mag er de donder op zeggen dat dit allemaal cooler klinkt dan het in werkelijkheid is.
Morgen vertrek ik weer naar ‘the field’, toch de reden waarom ik hier ben. Dit keer staat Rayagada op het programma, het laatste district in het rijtje. Daarna zal ik de Broederlijk Delen inleefreis een beetje in goede banen helpen leiden, en dan naar Chattisgarh bij partner PARDS. Check de blog van Jyoti mocht je daar al wat informatie over willen hebben. Tot de volgende.
Het vel van de beer
Nee, ze zijn hier nog niet van me af, hoewel ze het wel geprobeerd lijken te hebben. De afgelopen dagen is me namelijk een infectie van jewelste in mijn darmen geslagen, en op een gegeven ogenblik zag het er echt naar uit dat ik mezelf zou wegschijten, maar op de een of andere manier zit de stop er nu op. Sta me toe het hierbij te houden… toch wat mijn Indische spetter betreft.
Tussen Gajapati en het moment dat ik tussen leven en dood zweefde, is namelijk nog het een en ander gebeurd.
Munusa, of het dorp van de priester
Dit is het relaas van een reeks merkwaardige gebeurtenissen die zich ooit moeten hebben afgespeeld, van hoe moeilijke verhalen kunnen groeien in de hoofden van mensen, langzaam maar zeker, tot ze een heel eigen leven gaan leiden.
We bevinden ons in Munusa, een klein vissersdorpje aan de rand van een gigantisch meer in Malkangiri, Orissa. Diep verscholen in dit dorp staat een op het eerste zicht onooglijk hutje, maar als we iets dichter komen dringt het tot ons door dat dit slechts schijn is. Vanonder het dak slaan wierookdampen, en een vreemd soort gezang komt ons tegemoet. Mensen fluisteren wat we ergens al hadden vermoed: “Dit is het huis van een priester.”
Heart of Darkness
Anders dan bovenstaande titel doet vermoeden had mijn ervaring van de vorige dagen weinig te maken met ‘The horror’ uit Conrads gelijknamige roman. Wel zat ik ditmaal echt temidden de jungle, zonder dat dit evenwel tot bloederige taferelen leidde.
Gajapati, daar kom ik net vandaan, een district dat Prasant (mijn zelfverklaarde bodyguard weet je nog) voor mijn vertrek een weekje terug smalend ‘my toilet drain’ had genoemd. Bij aankomst in Parlakhemundi, het centrale punt zeg maar, leek die vergelijking jammer genoeg niet zo vergezocht. Varkens wroetten tussen het huisafval dat het een lieve lust was, en er hing een weee geur van alle soorten ontlasting. Toch had dit provinciestadje iets ontwapenends, door de ongedwongen sfeer en de omliggende heuvels.